Arjan de Jager
Barneveldse Techniek Opleiding (BTO)

De Barneveldse Techniek Opleiding zet vakmanschap weer centraal
07

C

Oud-leerling

Een van de mooiste voorbeelden ziet De Jager bij een jongen die op niveau 2 binnenkwam. ‘Hij moest er hard aan trekken.’ Toch ging hij door: niveau 3, daarna zelfs niveau 4. ‘Dat was een hele opgave voor hem, maar hij heeft het wel gedaan.’ Inmiddels begint deze oud-leerling zijn eigen bedrijf en heeft hij zich gemeld om lid te worden van de BTO. De Jager glundert: ‘Dat is toch geweldig?’ Hij ziet het vaker gebeuren: talenten van het eerste uur die inmiddels leidinggevend monteur zijn en zelf weer nieuwe leerlingen meenemen. Voor De Jager zijn het voorbeelden van wat goed techniekonderwijs kan opleveren. Volgens hem moeten techniekopleidingen daarom in combinatie met een vakschool worden georganiseerd. ‘Dan pas ga je weer aan vakmanschap werken. En dat hebben we nodig.’

De Barneveldse Techniek Opleiding

De Barneveldse Techniek Opleiding (BTO) is een coöperatie van techniekbedrijven uit Regio Foodvalley. Samen met MBO Amersfoort en het Hoornbeeck College leidt de BTO technisch talent op. Leerlingen werken drie dagen bij een lidbedrijf en volgen twee dagen hun opleiding in het opleidingscentrum aan de Veemweg in Barneveld. BTO biedt praktische mbo-opleidingen en omscholing in zes techniekrichtingen: elektrotechniek, installatietechniek, metaaltechniek, zinktechniek, koudetechniek en mechatronica.

‘Ik heb vroeger een echte vakopleiding gehad. Daar ben ik tot op de dag van vandaag dankbaar voor’

Bij BTO wordt geïnvesteerd in hoogwaardige apparatuur en gereedschappen, zodat de opleiding aansluit op de technische praktijk

Hybride leren bij de BTO: leslokaal en werkplaats onder één dak

Vaardigheden

Door een hoge werkdruk komen bedrijven er steeds minder aan toe leerlingen op de werkvloer het vak van A tot Z te leren. Tegelijkertijd specialiseren bedrijven zich en besteden ze werkzaamheden uit. Daardoor krijgen leerlingen tijdens hun opleiding niet meer de volle breedte van het vak mee. Dat wringt: ‘Ze halen wel een diploma, maar wat is het waard? Dat is toch geen vakmanschap? Als zo’n jongen of meisje naar een ander bedrijf gaat, moet hij/zij vaardigheden kennen die hij of zij nooit heeft geleerd.’ In 2018 staken zeven Barneveldse techniekbedrijven daarom de koppen bij elkaar: het opleiden van de vakmensen van morgen moest anders. MBO Amersfoort en het Hoornbeeck College sloten aan en nog datzelfde jaar werden de handtekeningen gezet. BTO was geboren.

Praktijkgericht

BTO zoekt bewust wat De Jager ‘de onmogelijke paadjes’ noemt. Zo is er een pilot voor jongeren die vastlopen in het voortgezet onderwijs en zonder diploma dreigen uit te vallen. Voor deze praktisch ingestelde leerlingen ontwikkelde De Jager met de Metaalunie een praktijkgerichte route. In no time was er een klas van tien jongens. De route slaat aan: de jongens vinden steeds meer hun plek en ook thuis is het verschil merkbaar. ‘Ik heb een heel andere jongen thuis,’ hoorde De Jager meermaals op een ouderavond. De pilot laat ook zien waar het onderwijssysteem knelt. De jongeren zijn leerplichtig, maar passen volgens De Jager niet goed in de bestaande route. Inmiddels heeft hij een rechtstreeks lijntje met het ministerie van OCW, dat regelmatig komt kijken.

HR-afdeling

Een vast aanbod van cursussen heeft BTO niet. ‘Wij luisteren vooral en vragen: “Wat heb je als bedrijf nodig?”’ zegt De Jager. Zo kwam vanuit de foodsector een vraag over het tekort aan mensen voor de technische dienst. De Jager draaide het om: ‘Waarom geef je de lijnoperators die er al staan geen technische basis mee? Dan kunnen zij de eerste ogen en oren van de technische dienst zijn.’ BTO ontwikkelde vervolgens een cursus, die inmiddels meerdere keren is gegeven. Voor de lidbedrijven is de BTO ‘een soort HR-afdeling binnen de coöperatie’. Stel, een bedrijf wil een statushouder aannemen. Dan pakt BTO het regelwerk op: ‘Zet hem of haar maar aan het werk, wij leiden diegene op en zorgen dat dat diploma er komt,’ zegt De Jager opgewekt. Achter de schermen regelt de BTO een taal- en cultuurtraining en kijkt met de gemeente naar subsidies. ‘Zo helpen we dat bedrijf.’

In een bedrijf kost een fout soms geld en moet de klus af. Een vakopleiding waar je tijd krijgt om te leren, levert volgens De Jager meer op dan technische kennis alleen. ‘Je krijgt meer interesse in het vak en lol in je werk. Je snapt waar je mee bezig bent, kunt verder kijken en meedenken.’

Interesse

Een theorieles in het lokaal, daarna verder aan een eigen werkstuk in de werkplaats: bij BTO lopen theorie en praktijk in elkaar over. De Jager noemt het ‘hybride leren’. ‘Het unieke is dat je onderwijs en praktijk op één locatie met elkaar verbindt waardoor er rust ontstaat om te leren. Hier is tijd. Hier mogen ze fouten maken. Hier mogen ze het nog een keer overdoen.’

Spannend

Het Barneveldse enthousiasme leverde spannende momenten op: ‘We hadden nog geen pand, geen machines, niks,’ blikt De Jager terug. In september 2019 zouden wél 38 leerlingen aan hun opleiding beginnen. Pas op 1 juni kreeg BTO de sleutel. In twee maanden moest het gebouw worden ingericht en een compleet nieuwe leeromgeving worden opgezet. Twee ROC’s met ieder een eigen identiteit gingen op één locatie samenwerken, met elkaar én met het bedrijfsleven. En toen brak in het voorjaar van 2020 ook nog corona uit. ‘Het eerste jaar hebben we vooral geleerd hoe het níet moet,’ zegt De Jager lachend. Toch groeide BTO door: een jaar later verdubbelde het aantal aanmeldingen. Inmiddels telt de coöperatie zo’n 170 lidbedrijven en volgen er zo’n 200 leerlingen een opleiding.

Investeren

Nieuwe vakmensen komen niet zomaar aanwaaien. Daarom investeert BTO in interesse in techniek. ‘We hebben een kennismakingsprogramma voor basisscholen, maar ook middelbare scholieren komen hier, en wij gaan naar hen,’ vertelt De Jager. Met het Van Lodenstein College draait BTO een vakhavo, waarin jaarlijks twee groepen van vijftien leerlingen kennismaken met techniek. Ook buiten school gaan de deuren open: tijdens Makers in de Techniek kunnen jongeren binnenkijken bij techniekbedrijven in de regio. Zij-instromers en statushouders kunnen eveneens bij de BTO terecht. ‘We hadden iemand die uit de horeca kwam,’ vertelt De Jager. ‘Daar was ‘ie klaar mee. Hij wilde elektromonteur worden. Nou, kom maar!’

Werknemerschap

Opvallend aan het BTO-model is dat de meeste leerlingen bij de BTO in dienst zijn. De Jager legt uit: ‘Daardoor hebben wij het werkgeverschap en kunnen we dus ook werken aan werknemerschap.’ Dat begint met een goede match tussen geïnteresseerde kandidaat en lidbedrijf. Wie zich aanmeldt, krijgt een sollicitatiegesprek. Waarom wil je de techniek in? Wat past bij je? Met die antwoorden helpt BTO bij de keuze voor een passend lidbedrijf. Werkt die match toch niet? Dan houdt BTO de leerling aan boord. ‘Hij/zij blijft in dienst, behoudt salaris en we gaan samen op zoek naar een nieuwe plek.’ Zo wil De Jager voorkomen dat jongeren de techniek verlaten.

Je hoeft de krant maar open te slaan of je ziet de ene na de andere vacature in de techniek voorbijkomen. Kennelijk zijn er veel te weinig technici. Dat is inderdaad een probleem, maar De Jager voegt hieraan toe: ‘We zijn het vakmanschap kwijtgeraakt. Als we het over te weinig mensen hebben, hebben we het over kwantiteit. Maar we verliezen de kwaliteit uit het oog.’ De Jager weet uit eigen ervaring hoeveel goed techniekonderwijs kan betekenen. ‘Ik heb vroeger op de lagere technische school (lts) een echte vakopleiding gehad. Daar ben ik tot op de dag van vandaag dankbaar voor en dat gun ik jongelui ook.’

Lasser, elektromonteur, verspaner…: technisch vakmanschap is er in allerlei soorten en maten. Binnen de Barneveldse Techniek Opleiding (BTO) leiden bedrijven en onderwijsinstellingen technische talenten op tot veelzijdige vakmensen. Directeur-bestuurder Arjan de Jager: ‘Mijn missie is dat elke leerling in deze regio een geweldige techniekopleiding kan volgen.’

Arjan de Jager
Barneveldse Techniek Opleiding (BTO)

De Barneveldse Techniek Opleiding zet vakmanschap weer centraal
07

C

Oud-leerling

Een van de mooiste voorbeelden ziet De Jager bij een jongen die op niveau 2 binnenkwam. ‘Hij moest er hard aan trekken.’ Toch ging hij door: niveau 3, daarna zelfs niveau 4. ‘Dat was een hele opgave voor hem, maar hij heeft het wel gedaan.’ Inmiddels begint deze oud-leerling zijn eigen bedrijf en heeft hij zich gemeld om lid te worden van de BTO. De Jager glundert: ‘Dat is toch geweldig?’ Hij ziet het vaker gebeuren: talenten van het eerste uur die inmiddels leidinggevend monteur zijn en zelf weer nieuwe leerlingen meenemen. Voor De Jager zijn het voorbeelden van wat goed techniekonderwijs kan opleveren. Volgens hem moeten techniekopleidingen daarom in combinatie met een vakschool worden georganiseerd. ‘Dan pas ga je weer aan vakmanschap werken. En dat hebben we nodig.’

Interesse

Een theorieles in het lokaal, daarna verder aan een eigen werkstuk in de werkplaats: bij BTO lopen theorie en praktijk in elkaar over. De Jager noemt het ‘hybride leren’. ‘Het unieke is dat je onderwijs en praktijk op één locatie met elkaar verbindt waardoor er rust ontstaat om te leren. Hier is tijd. Hier mogen ze fouten maken. Hier mogen ze het nog een keer overdoen.’ In een bedrijf kost een fout soms geld en moet de klus af. Een vakopleiding waar je tijd krijgt om te leren, levert volgens De Jager meer op dan technische kennis alleen. ‘Je krijgt meer interesse in het vak en lol in je werk. Je snapt waar je mee bezig bent, kunt verder kijken en meedenken.’

De Barneveldse Techniek Opleiding

De Barneveldse Techniek Opleiding (BTO) is een coöperatie van techniekbedrijven uit Regio Foodvalley. Samen met MBO Amersfoort en het Hoornbeeck College leidt de BTO technisch talent op. Leerlingen werken drie dagen bij een lidbedrijf en volgen twee dagen hun opleiding in het opleidingscentrum aan de Veemweg in Barneveld. BTO biedt praktische mbo-opleidingen en omscholing in zes techniekrichtingen: elektrotechniek, installatietechniek, metaaltechniek, zinktechniek, koudetechniek en mechatronica.

Het Barneveldse enthousiasme leverde spannende momenten op: ‘We hadden nog geen pand, geen machines, niks,’ blikt De Jager terug. In september 2019 zouden wél 38 leerlingen aan hun opleiding beginnen. Pas op 1 juni kreeg BTO de sleutel. In twee maanden moest het gebouw worden ingericht en een compleet nieuwe leeromgeving worden opgezet. Twee ROC’s met ieder een eigen identiteit gingen op één locatie samenwerken, met elkaar én met het bedrijfsleven. En toen brak in het voorjaar van 2020 ook nog corona uit. ‘Het eerste jaar hebben we vooral geleerd hoe het níet moet,’ zegt De Jager lachend. Toch groeide BTO door: een jaar later verdubbelde het aantal aanmeldingen. Inmiddels telt de coöperatie zo’n 170 lidbedrijven en volgen er zo’n 200 leerlingen een opleiding.

Hybride leren bij de BTO: leslokaal en werkplaats onder één dak

‘Ik heb vroeger een echte vakopleiding gehad. Daar ben ik tot op de dag van vandaag dankbaar voor’

Vaardigheden

Door een hoge werkdruk komen bedrijven er steeds minder aan toe leerlingen op de werkvloer het vak van A tot Z te leren. Tegelijkertijd specialiseren bedrijven zich en besteden ze werkzaamheden uit. Daardoor krijgen leerlingen tijdens hun opleiding niet meer de volle breedte van het vak mee. Dat wringt: ‘Ze halen wel een diploma, maar wat is het waard? Dat is toch geen vakmanschap? Als zo’n jongen of meisje naar een ander bedrijf gaat, moet hij/zij vaardigheden kennen die hij of zij nooit heeft geleerd.’ In 2018 staken zeven Barneveldse techniekbedrijven daarom de koppen bij elkaar: het opleiden van de vakmensen van morgen moest anders. MBO Amersfoort en het Hoornbeeck College sloten aan en nog datzelfde jaar werden de handtekeningen gezet. BTO was geboren.

HR-afdeling

Een vast aanbod van cursussen heeft BTO niet. ‘Wij luisteren vooral en vragen: “Wat heb je als bedrijf nodig?”’ zegt De Jager. Zo kwam vanuit de foodsector een vraag over het tekort aan mensen voor de technische dienst. De Jager draaide het om: ‘Waarom geef je de lijnoperators die er al staan geen technische basis mee? Dan kunnen zij de eerste ogen en oren van de technische dienst zijn.’ BTO ontwikkelde vervolgens een cursus, die inmiddels meerdere keren is gegeven. Voor de lidbedrijven is de BTO ‘een soort HR-afdeling binnen de coöperatie’. Stel, een bedrijf wil een statushouder aannemen. Dan pakt BTO het regelwerk op: ‘Zet hem of haar maar aan het werk, wij leiden diegene op en zorgen dat dat diploma er komt,’ zegt De Jager opgewekt. Achter de schermen regelt de BTO een taal- en cultuurtraining en kijkt met de gemeente naar subsidies. ‘Zo helpen we dat bedrijf.’

Bij BTO wordt geïnvesteerd in hoogwaardige apparatuur en gereedschappen, zodat de opleiding aansluit op de technische praktijk

Praktijkgericht

BTO zoekt bewust wat De Jager ‘de onmogelijke paadjes’ noemt. Zo is er een pilot voor jongeren die vastlopen in het voortgezet onderwijs en zonder diploma dreigen uit te vallen. Voor deze praktisch ingestelde leerlingen ontwikkelde De Jager met de Metaalunie een praktijkgerichte route. In no time was er een klas van tien jongens. De route slaat aan: de jongens vinden steeds meer hun plek en ook thuis is het verschil merkbaar. ‘Ik heb een heel andere jongen thuis,’ hoorde De Jager meermaals op een ouderavond. De pilot laat ook zien waar het onderwijssysteem knelt. De jongeren zijn leerplichtig, maar passen volgens De Jager niet goed in de bestaande route. Inmiddels heeft hij een rechtstreeks lijntje met het ministerie van OCW, dat regelmatig komt kijken.

Investeren

Nieuwe vakmensen komen niet zomaar aanwaaien. Daarom investeert BTO in interesse in techniek. ‘We hebben een kennismakingsprogramma voor basisscholen, maar ook middelbare scholieren komen hier, en wij gaan naar hen,’ vertelt De Jager. Met het Van Lodenstein College draait BTO een vakhavo, waarin jaarlijks twee groepen van vijftien leerlingen kennismaken met techniek. Ook buiten school gaan de deuren open: tijdens Makers in de Techniek kunnen jongeren binnenkijken bij techniekbedrijven in de regio. Zij-instromers en statushouders kunnen eveneens bij de BTO terecht. ‘We hadden iemand die uit de horeca kwam,’ vertelt De Jager. ‘Daar was ‘ie klaar mee. Hij wilde elektromonteur worden. Nou, kom maar!’

Werknemerschap

Opvallend aan het BTO-model is dat de meeste leerlingen bij de BTO in dienst zijn. De Jager legt uit: ‘Daardoor hebben wij het werkgeverschap en kunnen we dus ook werken aan werknemerschap.’ Dat begint met een goede match tussen geïnteresseerde kandidaat en lidbedrijf. Wie zich aanmeldt, krijgt een sollicitatiegesprek. Waarom wil je de techniek in? Wat past bij je? Met die antwoorden helpt BTO bij de keuze voor een passend lidbedrijf. Werkt die match toch niet? Dan houdt BTO de leerling aan boord. ‘Hij/zij blijft in dienst, behoudt salaris en we gaan samen op zoek naar een nieuwe plek.’ Zo wil De Jager voorkomen dat jongeren de techniek verlaten.

Spannend

Je hoeft de krant maar open te slaan of je ziet de ene na de andere vacature in de techniek voorbijkomen. Kennelijk zijn er veel te weinig technici. Dat is inderdaad een probleem, maar De Jager voegt hieraan toe: ‘We zijn het vakmanschap kwijtgeraakt. Als we het over te weinig mensen hebben, hebben we het over kwantiteit. Maar we verliezen de kwaliteit uit het oog.’ De Jager weet uit eigen ervaring hoeveel goed techniekonderwijs kan betekenen. ‘Ik heb vroeger op de lagere technische school (lts) een echte vakopleiding gehad. Daar ben ik tot op de dag van vandaag dankbaar voor en dat gun ik jongelui ook.’

Lasser, elektromonteur, verspaner…: technisch vakmanschap is er in allerlei soorten en maten. Binnen de Barneveldse Techniek Opleiding (BTO) leiden bedrijven en onderwijsinstellingen technische talenten op tot veelzijdige vakmensen. Directeur-bestuurder Arjan de Jager: ‘Mijn missie is dat elke leerling in deze regio een geweldige techniekopleiding kan volgen.’

Online magazines Regio Foodvalley

Op deze pagina vindt u online magazines van Regio Foodvalley. In deze magazines worden projecten en initiatieven van Regio Foodvalley uitgelicht.
Volledig scherm